Boekrecensie: Behangkoning in de Premier League

Het moest er een keer van komen: Het succesverhaal van John van Zweden in boekvorm, geschreven door Dennis Mulkes. De Hagenees bezocht eind jaren zeventig Chelsea tegen Swansea City en sindsdien is hij verliefd op de club uit Wales. Elke voetballiefhebber hoort te weten hoe het verder ging. Hij kocht aan het begin van dit millennium een aandeel van vijftigduizend pond in de club toen het bijna failliet ging. Sindsdien is het alleen maar bergopwaarts gegaan met de club. Vanuit de Second Division promoveerde het naar de Premiership. Vorig seizoen werd als klap op de vuurpijl ook nog eens Europees voetbal gehaald. Er komt maar geen einde aan het sprookje.

John van Zweden is een spraakmakend figuur. Vroeger was de goedlachse Hagenees al een bekende supporter bij FC Den Haag. Hij was betrokken bij rellen in de jaren tachtig, zong een lied over voetbalvandalisme en stond als sponsor met een shovel voor de deur van het stadion om zijn geld te innen. Ook zijn conflict met Ruud Gullit mag niet vergeten worden. Van Zweden legt in het boek alles in detail uit hoe hij bekend geworden is. Zelfs zijn korte carrière als scheidsrechter komt terug in het boek. Die carrière eindigde toen hij alle ruiten uit een kantine sloeg na een wedstrijd toen hij ontdekte dat zijn auto deels gesloopt was. Met andere woorden: Van Zweden was niet zo makkelijk vroeger.

Vanaf 2002 gaat vrijwel alles in het leven van Van Zweden crescendo. Sinds hij gedeeltelijk eigenaar is van Swansea zijn er veel positieve dingen te melden. Het ‘Swansea-gedeelte’ in het boek is dan ook alleen maar positief. Daar moet je wel tegen bestand zijn als lezer. Je krijgt alle details over Swansea. Van Zweden is (logischerwijs) helemaal vol van zijn club. ‘Behangkoning in de Premier League’ is heerlijk leesvoer voor iedereen die ook maar een beetje geïnteresseerd is in Engels voetbal. De mensen die nog nooit in Swansea zijn geweest, worden met dit boek zeker getriggerd.

Ik was er bij

image

Het was ergens in de zomer van 1995 en het gebeurde in Heeten, een paar kilometer van Deventer. Er waren een paar negers op proef bij Go Ahead Eagles. In die tijd kwamen er nog weleens tropische verrassingen op bezoek in Deventer. Onder andere Kwame Adtei (waarschijnlijk is deze naam verkeerd gespeld) mocht meetrainen. Deze man heeft ooit een elftalposter gehaald, maar dat was dan ook zijn enige succes. Er was ook een Nigeriaan op proef. Kingsley heette hij. In Heeten mocht hij zich laten zien aan trainer Ab Fafië. Het werd een avond waar je bij moest zijn.

Obiekulu, want zo heette Kingsley toen hij in Deventer actief was, kwam er de tweede helft in. Met vreemde o-benige passen betrad hij het veld. Uit niets leek dat deze grote neger kon voetballen. Totdat hij op een gegeven moment de bal in zijn voeten geschoven kreeg. Het was ergens op dertig meter van het doel aan de linkerkant van het veld. Hij bedacht zich niet en legde aan voor een schot. We hebben allemaal het doelpunt van Zlatan gezien afgelopen woensdag. Het schot van Obiekulu leek erop. De bal suisde richting de kruising. De keeper kon niets doen. Zo hard ging de bal. Lang het veld werd keihard gejuicht en geklapt. Iedereen was getuige van een sensatie.

Obiekulu speelde uiteindelijk 63 wedstrijden voor Go Ahead Eagles. Trainer Fafië gebruikte hem in de eredivisiejaren amper. In de Eerste Divisie ontwikkelde Obiekulu zich verder. Hij werd de held van het publiek. Zijn spel was erg onvoorspelbaar. Hij legde regelmatig aan voor een schot van ongelofelijke afstanden. Hij jutte het publiek op tijdens zijn talrijke warming ups en gaf honderd gulden aan supporters die indronken voor thuiswedstrijden. Als Obiekulu erin kwam, gebeurde er wat. Zijn doelpunt in Heeten wordt tot de dag van vandaag nog vaak besproken. Al snel werd de afstand tot het doel veertig meter, daarna vijftig en tegenwoordig, bijna twintig jaar later, zegt men dat hij vanaf eigen helft scoorde. De mythe wordt steeds groter.

Hij bleef drie jaar in Deventer en werd een volksheld. In 1998 vertrok hij weer en daarna bleef het stil. Tot dit weekend. Kingsley Obiekulu is terug in Deventer. Terug waar hij groot werd. Hij zal zaterdag meereizen met de supporters naar Breda. Bij NAC-Go Ahead Eagles staat Obiekulu in het uitvak. Geen slecht verhaal toch? Gelukkig was ik erbij in Heeten.

Boekrecensie: Beerschot, dat zijn wij

Het verhaal van het Belgische Beerschot is tragisch en mooi tegelijk. Gedegradeerd uit de Eerste Klasse, failliet gaan en daarna terugkeren met buurtgenoot Wilrijk in de Eerste Provinciale (het vijfde niveau in België). De supporters hebben er voor gezorgd dat de naam Beerschot nog steeds genoemd wordt. Zij maakten zich deze zomer hard voor een soort doorstart. Ok, het niveau is niet zoals gedroomd, maar het is beter dan niets. De club is desondanks ‘booming’ en de eerste competitiewedstrijden zaten er gemiddeld meer dan vijfduizend toeschouwers.
Sigrid Gulix werkte de laatste maanden op kantoor bij de Antwerpse club. Veel geld kreeg ze er niet voor, want er was geen geld. Ze besloot een boek te schrijven over het roerige vorige seizoen. De sores in de selectie, de trainerswisselingen, het gezeik met voorzitter Vanoppen. Alles wordt uit de doeken gedaan. Het geeft een mooi en tegelijk triest kijkje in de wereld van de Belgische Eerste Klasse. Wanbeleid is het beste woord hiervoor. De Nederlandse trainer Adrie Koster kon bijvoorbeeld niet overtuigen. Hij zou veel te soft zijn voor zijn selectie, die bestond uit spelers die veelal verschillende talen spraken, wat het er niet makkelijker op maakte. Koster mocht al voor de winterstop vertrekken. Voorzitter Vanoppen gaf bakken vol geld uit, maar vergat dat het geld er helemaal niet was.
Het zorgde ervoor dat Beerschot degradeerde na de fantastische play-off tegen Cercle Brugge. Vijf wedstrijden tegen elkaar en dan maar kijken wie het beste is. Dat kan alleen in België. Een aantal supporters maakten zich daarna hard voor het voortbestaan van de club. Het resultaat is bekend. Er worden weer wedstrijden gewonnen op het Kiel. KFCO Beerschot –Wilrijk staat bovenaan in hun klasse.
In het boek staat alles van A tot Z beschreven. Vrijwel alle betrokkenen komen uitgebreid aan het woord. Voor liefhebbers van voetbal in Antwerpen (en dat zijn wij) is dit boek een must. En er is goed nieuws. Over minder dan een maand komt er nog een boek uit over Beerschot, simpelweg Beerschot genoemd, dit keer geschreven door Karel Michiels, die eerder al Stamnummer 1 over stadsgenoot Antwerp FC schreef.

Matchday: Zomervoetbal

Laatst was ik op Kreta. Met vijfentwintig graden genoot ik van een perfecte temperatuur, wedstrijdje kijken, daarna nog even wat eten en drinken. Perfect. Vorig jaar was de vakantiebestemming Sevilla, ongeveer dezelfde tijd van het jaar. Begin oktober zeg maar. Het was negenentwintig graden. De wedstrijd begon daarom om tien uur ’s avonds. In je korte broek naar het voetbal. ‘Niks mis mee,’ zou Gijpie zeggen. Mooiere randvoorwaarden zijn er niet om voetbal te kijken. In Nederland regende het overigens en was het een graad of twaalf.

In 2022 moet het Wereldkampioenschap in Qatar gespeeld gaan worden. Dat het daar dan bijna vijftig graden is maakt de FIFA bazen geen moer uit. Het draait allemaal om geld. Of het smerig of schoon geld is, is niet helemaal duidelijk, al zijn er wel aanwijzingen dat er onder de tafel wel wat foute dingen gebeurd zijn. Maakt nu allemaal even niet uit. Omdat het zo warm is daar in de zomer, moet het toernooi maar in de winter. Snappen jullie het nog? Een toptoernooi in de winter. Past dat in ons schema? ’s Avonds in de kou bij elkaar in de tuin kijken naar een wedstrijd van Oranje. Niks aan. Plus dat alle competities in de war worden geschopt. Hoe ze dat willen doen, vraag ik me af. Ergens krijg je dan maandenlang een gat, waarin er helemaal niet gevoetbald wordt. Alleen de competities in Scandinavië hebben geen last van deze eventuele verandering. Zij spelen in de winter sowieso niet.

Wat ze in Scandinavië doen is eigenlijk heel logisch. Als het koud wordt voetballen ze niet meer. Nu valt daar iets meer sneeuw, maar toch zijn er vergelijkingen. Ook hier is het regelmatig (te) koud in de maanden november, december, januari en februari. Dan zit je te vernikkelen op de tribune. Hier is al zo vaak over geklaagd. Ik zal er meteen mee stoppen.

We kunnen voor de positieve oplossing gaan. Voetbal in de zomer, net als in Scandinavië dus. De voorbereiding is dan in februari. Misschien wat fris om gezellig langs de kant in Terwolde te staan, maar heaters rondom de kantine kunnen ons redden. Eind maart, begin april begint de competitie dan, met een temperatuur van een graad of vijftien. Prima omstandigheden. Gedurende de zomer stijgt het kwik naar een graad of dertig. Heerlijk weer om naar het stadion te gaan. Zonnebrand uitdelen voor degenen die op de onderste rijen van de IJsseltribune zitten, biertje erbij. Waar kan ik tekenen? Daarna zakt de temperatuur naar een behaaglijk niveau en dan zit het seizoen er weer op.

De velden zijn goed te onderhouden in de zomer. Mocht het echte gras in de Adelaarshorst wat droog worden, gooien we de sproeiers aan. En op goede velden ga je vanzelf beter voetballen. Niks geen hobbels, gewoon lekker strak. Op de tribune is iedereen is goedgemutst, vanwege de lekkere temperatuur. Er zijn alleen maar voordelen te verzinnen. Het is de kans om die Zuid Europese omstandigheden naar Nederland te halen. Ik zie kansen.

(deze column staat vandaag in Matchday, het programmaboekje van Go Ahead Eagles)

Boekrecensie: Het is zoals het is

Theo Bos was een echte clubvoetballer. Hij speelde zijn hele leven bij Vitesse. Daarna werd hij trainer en uiteraard had hij ook Vitesse onder zijn hoede. Bos overleed vorig jaar aan alvleesklierkanker. Op het moment dat dat geconstateerd werd was hij trainer van FC Dordrecht. Ondanks de hardnekkige ziekte bleef hij nauw betrokken bij de club uit de Jupiler League. Coachen deed hij vanaf de tribune door middel van sms’jes en korte telefoontjes. Na iets meer dan een jaar knokken tegen de ziekte verloor Bos het gevecht. Heel profvoetballend Nederland stond stil bij de dood van de ras-Arnhemmer. Ook heel Arnhem stond stil. Niet voor niets is een tribune nu ook vernoemd naar de bikkelharde verdediger.

Gedurende zijn ziekte benaderde Bos schrijver en journalist Marcel van Roosmalen, zelf Vitesse-supporter. Bos wilde dat er een boek over hem geschreven werd, voor zijn jongste dochter Lotte. Nu vreest iedereen waarschijnlijk voor een zwaar boek, waarin de slepende ziekte de overhand heeft. Dat is het zeker niet geworden. Daar hamerde Bos zelf van tevoren ook op. Van Roosmalen heeft Bos de laatste zestien weken voor zijn dood geschaduwd. Ze gingen naar voetbalwedstrijden, bestralingen, zijn oude buurt. Alles wat Bos interessant vond gingen ze heen met z’n tweeën. Van Roosmalen schreef alles op, op de van hem bekende manier: lettend op details en dat zo droog mogelijk opschrijvend, met de nodige humor.

Het boek is onderverdeeld in een paar delen. Als eerste beschrijft van Roosmalen de tijd waarin hij als supporter en schrijver tegen hem opkeek en hem volgde. Daarna volgen de zestien zware weken en de beschrijving van de nasleep na het overlijden en hoe van Roosmalen worstelt met het boek.
In het laatste deel komen familie en vrienden aan het woord over Bos. Met verhalen van hun en Theo Bos zelf wordt de carrière geschetst en uit alles lees je dat Bos een goede kerel was. Een man die nog normaal tegen het leven aankeek. ‘Het is zoals het is’ is niet voor niets de titel van het boek. Het was de nuchtere kijk van Bos op het leven.

Boekrecensie: En jaren nog hierna…

125 jaar supportersgeschiedenis. Krijg dat maar eens in één boek. Het is een groepje Sparta-supporters gelukt. In het megaboek ‘En jaren nog hierna…’ is vrijwel alles wat er te vinden was over Sparta-supporters gebundeld. Het boek heeft een groot A4 formaat en telt bijna driehonderd pagina’s, waardoor het een beetje lijkt op de klassieker ‘F-side is niet makkelijk’. Beide boeken zijn qua inhoud echter totaal niet te vergelijken.

Dit boek gaat terug naar 1888, toen de club Sparta opgericht werd. Je zou denken dat er over die tijd weinig informatie te vinden is, maar de makers van het boek zijn de archieven ingedoken en zijn met mooie verhalen gekomen. Auteur Jesper Neeleman zegt in het voorwoord dat hoe meer hij zich in de geschiedenis verdiepte , hoe boeiender het werd. En als je eenmaal in het boek begonnen bent, kan je het moeilijk wegleggen. De leuke verhalen, afgewisseld met prachtige foto’s zorgen er voor dat het blijft boeien. Vanaf 1888 tot en met 2013 krijg je verhalen over en van supporters. De successen van de club en de dieptepunten. Alles komt voorbij.

Sparta is een unieke club in Nederland met een hele aparte diverse supportersschare. Een prettige club om te bezoeken en waar een echte voetbalsfeer hangt. Over de club zijn al meer interessante boeken verschenen, maar dit is toch wel de echte klapper. Het boek is her en der in Rotterdam te koop. Uiteraard kan je het ook op internet bestellen, bijvoorbeeld hier!

Matchday: Marnix

Vorig seizoen schreef ik ook al een column over onze spits. Toen opende ik als volgt:

Hij krijgt nog al eens wat kritiek. Hij zou te houterig zijn. Hij zou niet wendbaar zijn op de vierkante meter. Hij zou niet kunnen lopen. En het allerbelangrijkste: hij zou niet scoren. Het gaat over Marnix Kolder, onze spits. Kolder is dit seizoen de pispaal voor een deel van de supporters. Als er toevallig een keer verloren of onnodig gelijkgespeeld wordt krijgt hij de schuld. Eigenlijk is dat geen nieuws. De spits krijgt altijd de schuld. Zo werkt dat in Deventer.

Dat was november 2012, nog geen jaar geleden dus. In de tussentijd is er veel veranderd. De criticasters hebben terug moeten komen op hun teksten. Marnix Kolder is inmiddels een fenomeen. Hij is fitter dan ooit, draagt geen onsje vet met zich mee en scoort doelpunten. Kolder heeft zich ontwikkeld als dé leider van dit Go Ahead Eagles. En als hij dan een winnend doelpunt scoort is zijn reactie simpel: ‘Mooi hè’. Dat is Kolder ten voeten uit.

Het had niet veel gescheeld of Kolder had de voorbije weken wedstrijden tegen Deto uit Vriezenveen of WHC uit Wezep gespeeld. Kolder trainde al mee met Harkemase Boys een jaar of twee terug. Go Ahead Eagles belde hem of hij geen trek had om naar Deventer te komen. Omdat Kolder zich realiseerde dat het beroep profvoetballer het mooiste is wat er bestaat. En nu steelt de spits de show tegen ADO Den Haag, PSV en FC Groningen.

Het is vooral een les voor de kritische supporters. De supporters die vorig seizoen Kolder al helemaal afgeschreven hadden. Zelfs de eerste tachtig minuten van de eerste wedstrijd van dit seizoen moest Kolder het nog ontgelden. Het is het bewijs dat niet iedereen doorheeft dat een spits niet alles goed kan doen. Er wordt verwacht dat hij alle ballen aanneemt met twee verdedigers in zijn nek, goed kaatst, acties maakt, assists geeft en doelpunten maakt. En dat allemaal tegelijk in één wedstrijd is simpelweg niet mogelijk. Als bijvoorbeeld Kolder dit gekund had, had hij nu samen met Robin van Persie samen in de spits bij Manchester United gespeeld. Of Van Persie had op de bank gezeten. Dat kan natuurlijk ook nog. Op internet worden ook al grappen gemaakt als het Nederlands elftal speelt. Dan moet volgens de ‘kenners’ Kolder erin.

Wenkbrauwen fronsten toen Kolder vorig seizoen een contract aangeboden kreeg voor twee extra seizoenen. Zelfs de positivo’s vroegen zich af of twee jaar niet te lang zou zijn. Maar nu is iedereen tevreden nu we weten wat we nog twee jaar lang in huis hebben. Een spits die leeft voor zijn sport en altijd de volle honderd procent zal geven voor onze club. De positie van spits wordt in Deventer dus altijd onder de loep gelegd, maar de aankomende tijd zit het met Kolder wel goed.

(Deze column staat in de Matchday, het officiële programmaboekje van Go Ahead Eagles)