Kleedkamergeheimen

Voetballers houden graag dingen geheim. Zoiets zit in de gemiddelde voetballer. Zoiets gebeurt. Het begint het van jongs af aan. Pas jaren daarna ga je daar uitgebreid over praten, als je herinneringen ophaalt uit die goede oude tijd. Die tijd dat je een jaar of twaalf, dertien was en niemand zorgen had. Het leven was een feest. Niemand maakte je wat. Je kon doen wat je wilde. Lekker buiten klooien in speeltuinen. IJsjes bij de plaatselijke cafetaria of blikjes Summit of 3es frisdrank kopen, want dat was lekker goedkoop. Dertig of veertig cent. Met dubbeltjes en stuivers naar de supermarkt en dan een hele middag doen met dat ene blikje. Als je echt veel geld had, kocht je nog een zak kaaschips, die waren ook goedkoop. De enige zorgen waren er als je na trainingen of wedstrijden van je eigen team moest douchen.

Onder de douche in de kleedkamers werd het onderscheid gemaakt. Daar zag je elkaar opeens naakt en dan zag je dus echt alles. In die leeftijd begon het allemaal een beetje te werken én vooral te groeien. Dan kon er opeens een minderwaardigheidscomplex ontstaan. Ik heb het nu over begin jaren negentig, want het schijnt dat de jeugd tegenwoordig de onderbroeken aanhoudt. Dat was toen geen optie. Je zag alles. Elke keer zag je weer die ene jongen zich op een aparte manier wassen, alsof hij een schema van thuis mee had gekregen. Andere jongens kwamen met dure shampoo aanzetten, waar anderen het met goedkope Duo-gel moesten doen. Soms liep er nog een jongen langs, waarvan je kon zien waarom er een remspoor in zijn onderbroek achtergebleven was. Als je pech had keek je zo een kontgat in van een medespeler die zijn shampoofles liet vallen. Er viel niets te verbergen. Zelfs als je tot het einde wachtte om te douchen werd je gespot. Dat spotten deed je als jongen onbewust. Heel soms werd er een grapje gemaakt. Dat je een kleintje had ofzo, maar dat was uniek. Als je het heel slim speelde en net in die dooie hoek van de douche ging douchen en snel een handdoek om je middel sloeg bleef je buiten schot. Daar had je ook vakmensen in. Met een handdoek om je middel in en uit de douche en na de tijd de onderbroek aantrekken onder die handdoek. Probeer het maar eens. Dat is niet zo makkelijk.

En dan zag je opeens dat die jongens naast je, die in het veld gewoon een simpele rechtsback was, een grotere had dan jijzelf. Het bungelde al een beetje. Dan keek je naar beneden en dan dacht je bij jezelf: ‘Nou, als dat het moet worden, dan moet ik nog wel even.’ Anderen hadden er haar op. Uniek was dat. Hoe kon zoiets? Waarom had ik dat niet? Die ene Turk in het elftal zat helemaal onder het haar. Maar die had ook al een snor. Die jongens die iets voor liepen waren ook iets zelfverzekerder onder de douche. Die legden hun handdoek voor de douche op een plank. De echte gekken plasten zelfs, zonder handen, lachend. Zag je opeens een dikke straal tussen de douchestralen. Dan lachte je mee. Zolang ze maar niet tegen je aan pisten. Het was puur machtsvertoon. Laten zien dat je een grote hebt.

Maar deed je niet mee met het machtsvertoon, dan praatte je er niet over. Weten waar je staat. Later komt alles goed. Als je in de senioren speelt is het allemaal geen issue meer. Dan wordt er niet meer op gelet. Dan wil je zo snel mogelijk douchen om aan het bier te kunnen.

Op het Kiel ist carnaval

Het is geen voetbalfeest in Antwerpen de afgelopen jaren. Berchem Sport vecht tegen degradatie in de Belgische Derde Klasse. Royal Antwerp maakt een dramatisch seizoen door in de Tweede Klasse. ‘This is our year’ dacht iedereen daar voor dit seizoen, maar inmiddels overtreffen de nieuwsberichten over schulden die van de sportieve prestaties. Huidige trainer Jimmy Floyd Hasselbaink kraakte de club volledig af in de krant. ‘Antwerp is soms zo’n zootje,’ zei de trainer die met zijn elftal ergens in de middenmoot aanklooit.

Gelukkig is er nog Beerschot. Vorig seizoen nog failliet gegaan, maar nu gefuseerd met buurtgenoot Wilrijk bezig aan een glansrijk seizoen. Dat doen ze dan wel in ‘Eerste Provinciaal’, het vijfde niveau in België, maar het maakt de supporters niet uit. Gemiddeld trekt Beerschot dit seizoen achtduizend toeschouwers en dat op amateurniveau. Zaterdag werd in een uitverkocht Olympisch Stadion het kampioenschap gevierd. Elfduizend supporters kwamen naar ‘Het Kiel’ voor een waar volksfeest. De geduchte tegenstander KFC Katelijne Waver werd met 5-0 naar huis gestuurd en duizenden supporters bestormden uit blijdschap het veld. Het feest barstte los in het stadion en de cafés eromheen. De club is momenteel het licht in de duisternis van het Antwerpse voetbal.

Beerschot

Het Kiel bij Beerschot is dus momenteel ‘The Place To Be’ in Antwerpen. Tavernes als ‘Café Stadion’ en ‘Change’ lopen elke wedstrijd weer vol met supporters. Supporters die vol voor hun club gaan, want voor het niveau van het voetbal op het veld hoeven ze het niet te doen. Een club als Beerschot heeft al van alles meegemaakt. In de jaren vijftig hoorden ze bij de betere ploegen in België, maar in de jaren negentig zakte de club ver af en moest zelfs fuseren met Germinal Ekeren, waarna de club een tijdje Germinal Beerschot heette en vooral bekend stond om haar goede jeugdopleiding. In 2013 ging het dus weer mis en eindigde Beerschot onderaan de ranglijst en met te veel schulden.

Langzaam kruipen ze nu terug omhoog. Supporters worden steeds meer bij de club betrokken, waardoor er steeds meer binding is. Het tegenovergestelde dus van hoe de grote clubs werken. En supporters moeten het idee hebben dat ze ergens bij horen. Dat merk je uiteindelijk ook in de support. Op de echte klassieke derby’s moeten we nog even wachten. Daarvoor spelen Berchem Sport en Royal Antwerp nog iets te hoog, maar Beerschot laat in ieder geval zien dat ze een flinke achterban achter zich hebben staan. Voor nu is Beerschot de ‘Ploeg van ’t stad’

Boekrecensie: Helder

René van der Gijp, Fernando Ricksen, Andy van der Meijde en Glenn Helder. Alle vier voetballers die veel meer uit hun voetbalcarrière hadden kunnen halen. En alle vier hebben ze nu een boek. Van de eerste drie is het verhaal bekend, maar sinds deze week heeft Glenn Helder dus ook een eigen boek. De oud-speler van onder andere Sparta, Vitesse, Benfica en natuurlijk Arsenal is door Bert Nederlof onder de loep genomen. Nederlof neemt samen met Helder zijn leven door en heeft daarvoor ook research gedaan bij bekenden van Helder. Naast Helder komen oud-trainers, spelers en vrienden aan het woord.

Helder brak pas laat door. Na een kleine flirt met Ajax in de jeugd, keerde hij terug naar de amateurs. Later maakte hij alsnog zijn debuut in de Eredivisie. Via Sparta kwam hij bij Vitesse terecht en daarna verdiende hij zelfs een verrassende transfer naar het Engelse Arsenal. Daar komt hij op de bank terecht en vanaf dan gaan blessures een rol spelen in zijn carrière. De rode draad is zijn leven is echter het niet om kunnen gaan met geld. Waar hebben we dat eerder gelezen? Helder was een gokverslaafde. Helder zelf geeft de schuld aan de gokkasten die net op de verkeerde momenten prijzen gaven. Daardoor gaat hij gokken leuk vinden. Was dat niet gebeurt, had het er financieel waarschijnlijk heel anders uit gezien.

Helder stapelt schuld op schuld. Hij leent geld van mensen en betaalt het niet terug. In betere tijden leende hij van mensen geld en gaf ze veel te veel terug. Of hij betaalde voor een paar broodjes ter waarde van 22 euro 100 euro. ‘Laat de rest maar zitten,’ zei hij dan. Hij verwaarloost zijn vriendin, die uiteindelijk een andere man ontmoet. En Helder wil die man daarna dood hebben. Die tocht, die gelukkig mislukt, wordt uitgebreid beschreven. De manier waarop Helder dat toelicht is op een gegeven moment storend. Hij lijkt er iets te trots op, getuige zijn uitgebreide verslagen. Helder eindigt in de gevangenis en ook die belevenissen kunnen we uitgebreid nalezen.

Uiteindelijk is het jammer dat de voetbalcarrière van Helder zo summier is beschreven in vergelijking met zijn leven naast het veld. Als we de laatste pagina’s van het boek moeten geloven is het allemaal goed gekomen. Helder denkt weer normaal na over dingen, hij ziet zijn geliefde zoontje weer en de relatie met mensen die hij dood wilde hebben is veranderd in vriendschappen.

Je leest het boek uit als een raket, maar Helder moet er niet vreemd van op kijken dat de lezer uiteindelijk een negatief beeld heeft van hem.

De derby van Sevilla (2)

Afgelopen donderdag stond de return op het programma van de derby van Sevilla in Europa League. Betis had de heenwedstrijd met 0-2 gewonnen en kon het dus thuis afmaken. Dat zou het seizoen nog wat opfrissen want Betis staat op een degradatieplaats.
Het werd een bloedstollende pot voetbal. 120 minuten en 10 strafschoppen waren er voor nodig om een winnaar te krijgen. Sevilla maakte de 0-2 achterstand goed en wist ook meer penals te scoren, dus gingen zij alsnog door.

Hieronder weer wat van Instagram verzamelde foto’s van een prachtderby!

image

Voor de tijd nog even relaxen met uitzicht

image

image

Betis! Wie maakt ons wat?

image

De harde kern van Sevilla gaat ook lopen

image

image

Lopend door de straten van Sevilla

image

image

image

Spelers van Betis worden als helden ontvangen

image

Groen witte muur

image

Ook spanning in de straten van Sevilla tijdens de wedstrijd

image

image

Maar Sevilla trok de overwinning over de streep

image

Spelersbus Sevilla feestend door de straten

image

Ondanks alles houden de supporters nog steeds van Betis

Een clublied, maar dan anders

Clubliederen bestaan in alle soorten en maten, maar met een piano hoor je ze niet vaak. Maria Toledo durfde het echter wel aan om het clublied van Sevilla onder handen te nemen. Twee jaar geleden voor een thuiswedstrijd tegen Barcelona trad ze op op de middenstip. Een kippenvelgevalletje.

Maar natuurlijk is een clublied gezongen door supporters nog veel mooier… Kijken vanaf minuut 1

Boekrecensie: ‘O Louis’

Hugo Borst is weer helemaal terug. Op de radio, rondom het aankomende WK op televisie en nu al met een gloednieuw boek. ‘O Louis’ heet het vierhonderd pagina dikke boek en dat gaat uiteraard grotendeels over Louis van Gaal. Borst heeft een vete met de bondscoach nadat de laatste Borst beschuldigde van het doorgeven van zijn mobiele telefoonnummer. Uiteindelijk bleek Borst dit helemaal niet gedaan te hebben, maar ondanks dat blijft Van Gaal kwaad op Borst. Mede hierdoor heeft Borst besloten een boek over Van Gaal te schrijven. Met het oog op de aankomende WK natuurlijk prima gepland.

Borst gaat in zijn boek op zoek naar de ware Louis van Gaal. Waarom doet hij bijvoorbeeld altijd zo raar tegen journalisten? Dat is toch wel de hoofdmoot in ‘O Louis’. Over de trainer Van Gaal is iedereen het wel eens: Hij is goed. Maar Borst wil er graag achter komen hoe de mens Van Gaal in elkaar zit. Daarvoor interviewt Borst diverse bekende en onbekende personen, die een duidelijke mening hebben over het gedrag van de Bondscoach. Over het algemeen zijn ze het allemaal wel eens met elkaar. Hij is een toptrainer, maar moet aan zijn performance denken. Helaas is dat nu, zo laat in zijn carrière, waarschijnlijk te laat.

‘O Louis’ is een afwisseling van interviews, passages uit televisieoptredens van Van Gaal, persoonlijke ontmoetingen tussen de twee en niet storende persoonlijke ervaringen van Borst zelf. Het is geen makkelijke kost, maar zeker wel heel interessant. Met het oog op het WK is dit nu al een aanrader om je eens in te lezen. Het is zeker geen lofzang, maar ook geen keihard kritisch boek. Zeker is wel dat dit nu al één van de betere sportboeken van 2014 is.