Matchday: Goed voornemen

Zeiken, plassen, pissen. Zeg het maar. Ik vind pissen altijd wel lekker klinken. Plassen klinkt een beetje kakkerig en zeiken heeft iets asociaals. Pissen zit daar precies tussenin. De Achterhoekse rockgroep Normaal schreef er ooit zelfs een nummer over genaamd ‘Ik mos pissen’. In het refrein zingt Bennie Jolink ‘Ik zag niks, want ik mos pissen’. Daar heeft iedereen vast ook wel een anekdote over. Veel bierdrinkende supporters hebben weleens belangrijke doelpunten gemist, omdat ze net tegen een muur aan stonden te pissen. Dat zijn zure momenten, dat je hard gejuich hoort in het stadion en jij net met je apparaat in de hand staat om de laatste druppels eruit te persen.

Bij Go Ahead Eagles is er altijd veel gedoe rondom het pissen. Er moeten namelijk nogal wat meters afgelegd worden om dat te kunnen doen. Opvallend in de Adelaarshorst is dan ook het geloop tijdens de wedstrijden. Veel supporters blijken een zwakke blaas te hebben. Al vanaf minuut vijf zie je de eerste supporters lopen. Zij zijn dan vergeten vlak voor de wedstrijd nog even snel te gaan, of ze hebben het tevergeefs proberen op te houden. Het schijnt zo te zijn dat als je één keer gaat, je daarna nog vaker moet. Zo lang mogelijk proberen het op te houden is het credo. Ik ken de klappen van de zweep want vanaf Vak-13 is het toch al gauw een meter of honderd heen naar het toilet en een meter of honderd terug naar de stoel. Dat zijn flinke afstanden, waardoor je minimaal een minuut of zes van je stoel bent.

De tijden van stenen pishokjes zijn voorbij. Rondom de tribunes stonden altijd een paar prachtige exemplaren. Ze waren oud en stonken. De lucht van oude verrotte pis trok vanzelf je neus in. Daar hoefde je niet eens voor te inhaleren. Dat was de charme van het ultieme oude stadion. Ik blijf het eeuwig zonde vinden dat die urinoirs afgebroken zijn. Maar met het alternatief is ook niets mis. Het is nu een moderne pisgoot, die op het moment van pissen meteen verschoond wordt met een verfijnd waterstraaltje. Er is wel een gevaar: als je te hard tegen de muur pist, bestaat de kans dat je je eigen broek nat pist. Dat kan de bedoeling niet zijn. Iets meer afstand nemen is dus raadzaam. Gelukkig zijn er ook nog twee afgesloten wc’s, want met tien man in een rij is het soms lastig om die eerste verlossende straal eruit te krijgen. In de afgesloten wc’s heb je iets meer privacy. Door de drukte zijn momenteel ook de ‘festival-wc’s. Met vier man lekker pissen, maar wel met privacy. Stinken doet het vaak wel.

Ik moet nu wat bekennen. Ik pis ook regelmatig tegen de stadionmuur aan. De binnenkant welteverstaan. Op de een of andere manier is die muur een makkelijk slachtoffer. Het geeft ook een mooi plaatje. Supporters die gebroederlijk naast elkaar tegen een muur aan pissen. Dat kan alleen in Deventer. Maar er zijn snode plannen met de muur. Bekijk hiervoor http://www.stadionmuur.nl. Omdat de initiatiefnemers zo fanatiek zijn met die muur, ga ik me voornemen de muur te sparen. Een betere wereld begint bij jezelf. Vanaf nu pis ik alleen nog maar legaal. Of nou, dat ga ik proberen.

Advertenties

Een Eagle Forever

Het was een naar én een mooi gezicht. De zieke Rene Beumer kreeg een afscheid in zijn geliefde Adelaarshorst in Deventer. Hij wist dat hij niet meer lang te leven zou hebben. Een verschrikkelijke ziekte had bezit genomen van zijn lichaam. Jarenlang had Rene gevochten tegen de ziekte. Hij toonde zich een keiharde tegenstander. Hij gaf zich niet zomaar over. Aan Rene had je een taaie.

Normaal nemen supporters afscheid van supporters, als ze al overleden zijn. Nu was het anders. De supportersvereniging van Go Ahead Eagles nam het heft in handen en besloot Rene nog één keer een ‘VIP-behandeling’ te geven, voordat het te laat zou zijn. Bij die behandeling hoorde ook een ereronde. In een golfkarretje toerde hij, samen met zijn vrouw, langs de tribunes. Op het veld stonden zijn vrijwilligersvrienden. Jarenlang tapte Rene biertjes voor andere supporters. De familie Beumer is een echte Eagles-familie, waar roodgeel bloed doorheen stroomt. De tribunes van De Adelaarshorst waren speciaal hiervoor een kwartier voor de wedstrijd al gevuld, uit respect voor Rene.

Vanaf het golfkarretje groette hij de supporters. Als hij bekenden zag in het publiek kwam zijn gebalde vuist tevoorschijn. Op de tribunes schoten supporters vol. Tranen vloeiden. Ook bij mensen die Rene helemaal niet kenden. De zieke Rene kreeg voor iedereen een gezicht en dat maakte veel indruk. Bij menig supporter zal er herkenning zijn geweest. De ziekte heeft al bij veel supporters mensen uit hun omgeving weggenomen. ‘René bedankt! Eagle Forever’ stond er op een meterslang spandoek voor de B-side. Er werd ‘Eagles till I die’ gezongen. Toepasselijker kon het niet. Dat de wedstrijd niet om aan te zien was, was bijzaak. Rene heeft in zijn leven al genoeg slechte wedstrijden gezien. Daar ben je Go Ahead Eagles-supporter voor.

Het was de laatste keer dat Rene een wedstrijd van Go Ahead Eagles bezocht. Hij overleed woensdagochtend op vijftigjarige leeftijd. Gelukkig hebben alle supporters van Go Ahead Eagles hem aan het eind van zijn leven nog één van zijn mooiste avonden van zijn leven kunnen bezorgen. En hopelijk heeft de familie hier veel kracht uit weten te putten voor de toekomst.

Matchday: Lesly de Sa

Ik ben niet heel snel enthousiast over een speler. Ze moeten zich vaak eerst twee keer bewijzen, voordat ik om ben. Een speler moet iets extra’s hebben. Doorsnee spelers vind ik ook prima, als ze maar hard werken. Meer hoef niet. En we hebben het over Go Ahead Eagles, dus heb je niet snel te maken met prachtspelers. Quincy Promes vond ik een uitschieter. Bij hem had ik meteen een goed gevoel. Daar was één balaanname genoeg voor. En die balaanname was zelfs tijdens een warming-up in Almere. Totaal uit het niets legde hij een bal geheel dood op zijn voet. Als ik eraan terugdenk loopt me het water opnieuw uit de mond. Promes speelt sinds twee weekjes in Rusland. Daar zal hij ook vast heel vaak ballen geheel doodleggen om daarna weer een dribbel in te zetten. Helaas helemaal in Rusland, uit ons zicht. In ieder geval uit mijn zicht, want ik kijk nooit naar de Russische competitie. Hopelijk zien we hem terug in Oranje. We hoeven ons geen zorgen om hem te maken, want naar verluidt verdient hij daar een slordige drie miljoen euro per jaar. Ik zeg kassa!

Maar er is een nieuwe speler waar ik enthousiast van word. Bij zijn aantrekken was ik nog wat huiverig. Weer iemand van Ajax… Soms lijkt het dat ons hoofdkantoor van de scouting in Amsterdam zit. Lesly de Sa maakte zijn officieuze debuut in Terwolde tegen een club uit Israël. Hier was al een klein beetje zichtbaar dat we met een lefgozertje te maken hadden. Bij de laatste oefenwedstrijd voor de competitie tegen Istanbulspor was ik verkocht. De Sa wilde zich laten gelden. Dat was aan alles te zien. De eerste dertig minuten gaf hij vol gas. Keer op keer passeerde hij zijn directe tegenstander, alsof deze er niet stond. Hij zocht hem op en wipte er zo langs. Hij had er geen enkele moeite mee. Na een keer of zes werd het zelfs een beetje eentonig. ‘Hij moet niet alles goed gaan doen hoor, want dan hebben we niets meer te zeiken,’ zei mijn buurman op de tribune. Het enthousiasme spatte er vanaf bij De Sa. De tweede helft nam hij gas terug, of hij was moe. Daar zullen we nooit meer achter komen.

Wij zijn Jarchinio Antonia gewend op rechtsbuiten. Ondanks dat hij in zijn laatste periode goed was voor belangrijke doelpunten en assists, was er toch altijd een wansmaakje. Er zat nog veel meer in volgens mij. Nu gaf hij best vaak een tikkie terug, of verdwaalde hij tijdens een van zijn solo’s ergens in een mêlee van spelers op het middenveld. Of hij vond het weer nodig op links te gaan staan, waar hij nooit gevaarlijk werd. De Sa kent geen twijfels. Hij blijft zijn tegenstanders opzoeken. Zijn doelpunt tegen FC Groningen getuigde van grote klasse. Een goede balaanname, een korte draai om de bal, tegenstander opzoeken, tegenstander voorbij, nog een tegenstander aftroeven op snelheid en dan de bal met links keihard in de kruising jassen. Een mooier debuut in een volle Adelaarshorst is niet denkbaar. Ik weet het. Het is nog maar een momentopname. Het moet nog koud worden in Nederland en De Sa zal niet altijd deze vorm vast kunnen houden. De eerste indrukken zijn in ieder geval. Ik ben fan!

Kolkend Woudestein

Excelsior won zondagmiddag in Rotterdam de nu al degradatiekraker van Go Ahead Eagles. Dit kwam grotendeels door de steun van het ongekend fanatieke publiek in stadion Woudestein. Al ruim voor aanvang van de wedstrijd zat het kleine stadionnetje bomvol. Geen stoel was onbezet voor de terugkeer van de Rotterdammers in de Eredivisie. De supporters zongen liederen, alsof hun leven er vanaf hing. Vergelijkingen met supporterstaferelen in Argentinië waren van toepassing.

Normaal wil het weleens zo zijn dat de mensen van FOX Sports hun microfoons wat harder moeten zetten om zo het publiek duidelijk hoorbaar te krijgen, maar dat was vanmiddag niet nodig. De trommelaar van de harde kern van Excelsior deed keihard zijn best, maar kwam niet boven de kabaal van zijn eigen supporters uit. De supporters van Go Ahead Eagles leken duidelijk geïntimideerd door de stemming in het stadion. Zij besloten wijselijk hun mond te houden. Dit had geen zin. Hier zouden zij nooit bovenuit komen. De spelers uit Deventer wisten ook geen antwoord op de sfeer in het stadion. Ze werden bij elk balcontact uitgejouwd, inclusief speeksel uit de monden.

Negentig minuten lang plus nog wat blessuretijd erbij was het een heksenketel. Spelers konden elkaar niet horen als zij gecoacht werden. De trainers stonden met megafoons langs de zijkant hun troepen te instrueren, maar ook zij waren niet hoorbaar. Het fanatieke publiek van Excelsior was de baas in eigen huis. Hun ploeg werd vooruit geschreeuwd en kwam daardoor met 2-0 voor, waarna ze laks werden. Een uittrap van de keeper van Go Ahead Eagles werd daarna gevangen door het helse kabaal vanaf de Spionkop aan de Honingerdijk en ging zo in één keer het doel in. Even werd de steun van het eigen publiek de spelers van Excelsior te veel en zelfs de 2-2 viel.

Toen de vierde scheidsrechter het bord met daarop drie minuten blessuretijd ontplofte Woudestein weer. De vierde scheidsrechter spoedde zich naar binnen, omdat hij dacht zich ongeliefd te hebben gemaakt. Excelsior kreeg nog een vrije trap en het kabaal wat daarna ontstond was enorm. Ze zeggen weleens dat het in De Kuip kan spoken, maar dit sloeg alles. De scheidsrechter was zo onder de indruk dat hij hierna een penalty gaf, na een klein voorval in de zestienmeter. Een vulkaan van geluid was te horen, iets wat nog meer overtreft werd toen Sander Fischer de beslissende penalty erin schoot. Rotterdam schudde op haar grondvesten.

Hierna kon de scheidsrechter niets anders meer doen dan affluiten. Zijn laatste fluitsignaal was nauwelijks hoorbaar, maar non verbaal kwam het wel over. De supporters waren helemaal door het dolle. Ze omhelsden elkaar, huilden en zongen zo hard als ze konden het clublied van Excelsior. De spelers van Go Ahead Eagles zwaaiden kort naar het uitvak en vluchtten toen de catacomben in, op zoek naar een rustig plekje. Maar zelfs in de kleedkamer was het gezang van de Excelsior-supporters nog te horen. Een ding is zeker. De supporters van Excelsior hebben de club vanmiddag op de kaart gezet. De kans is groot dat door deze intimiderende sfeer veel clubs nog punten gaan verspelen op Woudestein.

Boekrecensie: Schijt

Wij zijn fan van de schrijver Marcel van Roosmalen. Daarom is deze recensie misschien niet helemaal objectief. De manier waarop van Roosmalen de dingen beschrijft die hij meemaakt blijft leuk wegleesmateriaal. In het verleden maakte hij al vaker indruk met boeken over zijn geliefde Vitesse, die toen nog door Hard Gras uitgebracht werden. Het zijn inmiddels collectors items geworden. Vorig jaar kwam daar het boek over Theo Bos nog bij. Een indrukwekkend, maar ook grappig boek. Alleen dat is al een prestatie op zich.

In ‘Schijt’, een favoriet stopwoordje in Arnhem, blikt van Roosmalen terug op het afgelopen seizoen van Vitesse. De beleidsbepalers, die er momenteel zitten, worden vakkundig gekleineerd. Wederom blijkt Vitesse in niets een topclub, waar een stabiele organisatie staat. De hoofdpersonen in het boek zijn echter Theo Janssen en voormalig perschef Ester Bal. Van Roosmalen is goed bevriend met de twee en geeft ze daardoor een uitgebreid podium. Janssen valt gedurende het seizoen uit met een knieblessure en besluit ook maar meteen zijn voetbalcarrière te beëindigen. Bal wordt ontslagen, omdat ze niet met de huidige beleidsbepalers door een deur lijkt te kunnen. Alle details hieromtrent zijn terug te lezen in ‘Schijt’.

Toch zit er een smaakje aan dit boek. Veel verhalen over dit seizoen zijn al eerder verschenen in NRC Next en dus niet meer helemaal nieuw. Verder is het boek opgevuld met hoogtepunten uit de vorige boeken van van Roosmalen. Dat is aan de ene kant heel handig, omdat je dat alles bij elkaar hebt, maar het is ook makkelijk. Het is overigens niet zo extreem als de ‘oude koek boeken’ die uitgeverij VI boeken tegenwoordig uitbrengt met columns van bijvoorbeeld Nico Dijkshoorn, Johan Derksen en Michel van Egmond. Daarvoor bevat ‘Schijt’ nog te veel nieuwe leuke dingen. Als je dus een liefhebber bent van van Van Roosmalen, en dat zijn er velen, is dit een welkome aanvulling van je collectie. Maar het zou ook wel weer een keer leuk zijn als hij met een boek komt zoals ‘We weten heus wel hoe laat het is’, een boek waar niemand de inhoud van herkent tijdens het lezen.

Het schijnt dat dit overigens écht het laatste boek van Van Roosmalen over Vitesse is. De schrijver lijkt de feeling met de club kwijt te zijn, doordat het allemaal te onpersoonlijk geworden is in zijn ogen.

Matchday Column: De zomer voorbij

Het was een drukke voetbalzomer. Veel voetbalsupporters beweren altijd dat het in het leven alleen om hun eigen voetbalclub draait. Het Nederlands Elftal schijnt altijd bijzaak te zijn. Als we echter zo spelen als we deze zomer in Brazilië gespeeld hebben dan is Oranje van iedereen. Het is niet voor niets dat er meer dan tien miljoen mensen aan de buis gekluisterd zaten toen Nederland tegen Argentinië speelde. Oranje was de perfecte zomervulling. Eigenlijk was het hele WK perfecte zomervulling. De live-wedstrijden, de voorbeschouwingen en analyses bij de NOS, bij de Belg en ook nog even op de Engelse BBC. Ik heb alles gekeken. Zelfs Z@ppsport met Ron Boszhard keek ik. Goede Tijden Slechte Tijden had de laatste weken in ieder geval één vaste kijker minder. Ik keek alleen de cliffhanger en die was verschrikkelijk zwak. Sjors had best mogen verdrinken. Die zeurt toch altijd. Voor het eerst sinds jaren ben ik niet nieuwsgierig hoe het nu verder gaat in Meerdijk. Jeff had zijn kroeg ‘De Koning’ ook niet eens oranje versierd. Geen wedstrijden op groot scherm, niks. In Meerdijk zaten ze niet in de ‘Oranje mood’. De soap heeft even afgedaan voor mij. Ik wacht op betere verhaallijnen.

Het WK was om te smullen, ondanks dat ‘wij’ op het laatste moment afhaakten. Al maakten we het tegen Brazilië natuurlijk bijna helemaal goed. Winnen tegen Brazilië in het thuisland voelt ook als een kampioenschap. Ik haatte ze al die Brazilianen, altijd al gedaan, maar tijdens dit toernooi nog meer. Door die laatste 3-0 overwinning zal ik voor altijd met een goed gevoel terugkijken op de zomer van 2014. Oranje boekte prachtige overwinningen op Spanje, Chili en Mexico. De penalty-reeks tegen Costa Rica zal nog vaak herhaald worden. Realistisch voetbal overwon deze zomer. En we kregen ‘Gammes’ Rodriguez te zien. Wat een prachtige speler is dat zeg. Hij heeft alles wat een voetballer moet hebben. Heerlijk om naar te kijken. De jongen Colombiaan heeft in zijn linkerbeen meer talent dan alle achtduizend bezoekers van de Adelaarshorst van vanmiddag bij elkaar. Rodiguez is een kruising tussen Hendrie Krüzen, Sieme Zijm, Mike Zonneveld, Harry Buisman, Dennis Hollart, Sjoerd Overgoor, Gijs Steinmann en Rob Langenberg. En dan met iets meer talent.

En dan komen we meteen aan bij waar het allemaal echt gebeurt. In Deventer. Ook in Deventer was het heet. De loten voor de stadionmuur vlogen de deur uit. De muur blijft staan waar die hoort. Binnenkort wordt die helemaal gepimpt en is iedereen tevreden. Van het boek ‘Eagles till I die’ werden er in recordtijd duizend exemplaren verkocht. De stichting Niet te Kraken wordt opgericht en maakte ook een flitsende start met hun t-shirts met daarop het gezicht van Leo Halle. Aan een museum wordt, achter de schermen, keihard gewerkt.

Het elftal heeft een flinke metamorfose ondergaan. De as is nog vrijwel hetzelfde, maar daaromheen moest er flink gewisseld worden. Het is te hopen dat alle nieuwelingen zich thuis voelen in Deventer, zodat zij vanaf vandaag meteen flink kunnen knallen. Aan het publiek zal het niet liggen. Alle seizoenkaarthouders kochten de kaart van hun stoel weer terug. Als de vocale steun van vorig seizoen ook maar enigszins geëvenaard kan worden, wordt het weer een heerlijk seizoen en zijn we de zomer heel snel weer vergeten.

(De column staat in Matchday, het officiële programmaboekje van Go Ahead Eagles)

De trainingskleding van Foeke

Deze week kwam ik Foeke Booy ’s ochtends een keer tegen. De hoofdtrainer van Go Ahead Eagles reed me tegemoet. De sluis bij de IJssel was een keer niet geopend en dus had Foeke de vaart er flink in. Ik fietste in tegengestelde richting op het fietspad. Ik zag hem achter het stuur zitten. Foeke zag mij niet. Hij toeterde dus niet. Hij deed ook niet even zijn hand van het stuur. Logisch, als de één de ander niet kent. Er was nul komma nul herkenning van zijn kant. We zaten bijvoorbeeld niet op dezelfde motor, waardoor we elkaar wel zouden moeten groeten. Foeke nam de bocht in de richting van het stadion. De Boerlaan rechtdoor, een paar stoplichten, rechtsaf en dan meteen linksaf, door de Veentunnel. Dit vindt Foeke waarschijnlijk de mooiste aanrijroute van de Adelaarshorst. En inderdaad, zo zie je ook heel mooi de lichtmasten boven de huizen uit toornen.

Foeke had zijn trainingsoutfit al aan. Ik zag hem achter het stuur zitten met zijn polo aan. Aan de ene kant stond Hummel. Aan de andere kant FB, de initialen voor Foeke Booy. En dat vond ik apart. Foeke trekt dus al thuis zijn trainingstenue aan. Waarom is dat? Go Ahead Eagles staat erom bekend dat het een hele goede wasvrouw in huis heeft. In Deventer kent vrijwel iedereen wasvrouw Carla. Zij weet precies hoe alles gewassen moet worden. De labeltjes hoeft zij niet eens in te kijken. Meteen na de trainingen en wedstrijden gaat de vuile was in de wasmachines. De volgende training of wedstrijd ligt alles alweer netjes opgevouwen klaar voor de spelers en de technische staf. De wasvrouw heeft inmiddels al meer dan tien jaar ervaring op dit vlak. Het is eigenlijk best vreemd dat Carla nog geen transfer heeft gemaakt naar een grotere club met grotere wasmachines en nog beter waspoeder.

Maar waarom heeft Foeke zijn trainingsoutfit ’s ochtends al aan? Wast Foekes vrouw het? Of loopt hij de hele dag er zo sportief bij? Met een trainingsbroek op de bank bijvoorbeeld. Je zou denken dat een gentleman als Foeke ’s ochtends gewoon zijn nette kleding aantrekt. Het hoeft niet perse een pak te zijn, maar wel een nette spijkerbroek met een blousje erboven. Als het wat kouder wordt een truitje eroverheen. Een jas is niet nodig. In de auto is het al snel warm en de parkeerplaats is dertig looppassen van de ingang van het stadion. De trainingsoutfit hoeft pas aan als er echt getraind gaat worden rond een uur of tien. Dat setje is gewoon klaargelegd. Na de training gaat de kleding weer naar Carla, als het echt nodig is. Zolang Foeke geen slidings neemt, hoeft het de trainingspak niet eens in de was. De polo wel, anders komt er misschien oud zweet in.

Foeke gaat dus tegen alle logica in. Zal hij zijn tenue thuis wassen? Omdat hij het liever allemaal in eigen beheer heeft? Of heeft hij twee setjes? Zodat hij na de training zijn normale kleding aantrekt en de ochtend erop weer frisse sportkleding aantrekt, die hij na de training van Carla gekregen heeft. Ik heb er de hele dag over nagedacht en blijf het raar vinden. Misschien ga ik het hem wel een keer vragen.