Boekrecensie: Wesley in Turkije, de brieven

Leuk, een boek over Wesley Sneijder. Geen biografie of iets dat er op lijkt, maar een andere invalshoek. De Nederlandse Turk Yordi Yamali besloot brieven te beantwoorden. Brieven met daarin ervaringen en vragen van anderen, die graag op de hoogte gehouden wilden worden over het Turkse voetbal, Galatasaray, maar vooral over Wesley Sneijder, een van onze vaderlandse vedettes.

Er komen maar liefst 25 briefschrijvers voorbij, zoals bijvoorbeeld Sjoerd Mossou, Joris van de Wier en Robert Heukels. Anderen zijn onbekender en je leest pas achterin het boek wie het precies zijn. Dan blijken het vaak ‘bekende’ bloggers te zijn, die nu onder hun echte naam schrijven. Allemaal hebben ze wel een aparte anekdote over het Turkse voetbal. Yamali vindt het allemaal prachtig en geeft vol passie antwoord op alle vragen die hij krijgt en vertelt over zijn ervaringen.

Yamali houdt vanuit Amsterdam de website Wesley in Turkije bij. Hierop blogt hij vrijwel alles wat Sneijder meemaakt in Turkije. Zijn informatie haalt hij voornamelijk van internet. Yamali is geen regelmatige bezoeker van Galatasaray zelf. Dat is ook wel jammer aan dit boek. Het is vooral een ‘van ver af verhaal’, maar dan wel van iemand die echt alles bijhoudt. Je kan er dus genoeg nuttige en leuke informatie uithalen.

Sneijder zelf werd benaderd door Yamali via de bekende social media, maar tot echt contact kwam het nooit. Dat is jammer. Dat had dit boek afgemaakt.

Het boek is in eigen beheer uitgebracht op Yamali’s site verkrijgbaar.

Op trainingskamp

Go Ahead Eagles vertrok deze winter naar de Algarve in Portugal voor een trainingskamp van een week. Er werd hard getraind en twee wedstrijden werden verloren. Ook in Tilburg werd vorige week de eerste wedstrijd na de winterstop verloren. Je kan je dan afvragen of het trainingskamp nut heeft gehad. Zoiets is moeilijk te peilen. Als we de diverse tweets en commentaren van de aanwezigen mochten geloven was het in ieder geval heel nuttig allemaal. Zo schreef Sjoerd Overgoor zelfs dat hij na dit trainingskamp er alle vertrouwen in heeft dat het goed komt dit seizoen. Assistent-trainer Dennis Demmers plaatste prachtige plaatjes op Twitter en Instagram. De supporters in Nederland keken op hun beurt met kwijl in de mond naar de zonovergoten plaatjes. Puur weer-technisch gezien was het trainingskamp een hele slimme zet. Van mooi weer word je nou eenmaal vrolijker. Dat valt niet te ontkennen. De supporters die achterbleven maakten zich vooral druk om 5-1 nederlaag tegen Sparta en de regen thuis.

Zo vaak spelen we met Go Ahead Eagles geen Europees Voetbal en ik was wel toe aan een paar dagen mooi weer, dus ik besloot ook gewoon richting Portugal te gaan. De wekker moest er wel extreem vroeg voor gezet worden, maar je moet er wat voor over hebben. Zo zat ik met een stel vrienden om zeven uur ‘s ochtends in het vliegtuig naar Faro. Anderhalf uur na de landing speelde Go Ahead Eagles tegen het Portugese SC Farense, wat mij betreft een prachtig affiche. Dat het uiteindelijk op een bijveldje van een Golf Resort werd gespeeld, was bijzaak. Daar aangekomen snapte ik wel dat Foeke Booy graag naar Portugal wilde. De zon scheen heerlijk en de temperatuur liep op naar een aangename zeventien graden. Na twee uurtjes in het gras gelegen te hebben was de reis al geslaagd. En die nederlaag? Ach, het zal wel. Het was maar een oefenpot.

De selectie zelf zat op een resort in buurt van Faro. Wij kozen voor het normaal bruisende Albufeira, waar de gemiddelde leeftijd nu ongeveer vijftig jaar was en vijfenzeventig procent van alle uitgaansgelegenheden nog dicht was. Waar de spelers vooral gezond aten en het spel ’30 Seconds ‘ speelden, doken wij smerige eettenten en minimale pubs in. Tussendoor keerden we regelmatig terug naar de hotellobby waar een extreem goede Wifi-verbinding was. Zo konden we het thuisfront op de hoogte houden van al het moois in de Algarve.

Ook voor ons werd het een soort trainingskamp, een voorbereiding op de tweede seizoenshelft. Ikzelf kwam fysiek behoorlijk gesloopt thuis, maar ik haalde er wel heel voldoening uit. Mijn hoofd was fris. Klaar voor weer een groot aantal wedstrijden van Go Ahead Eagles. Wij hebben het misschien niet door, maar ook wij moeten ons weer opnieuw opladen. Een seizoenlang Go Ahead Eagles volgen is zwaar. Daarom is zo’n trainingskamp wel lekker. Ik raad het iedereen aan om in de winter die kant op te gaan. De kosten van het vliegen zijn niet hoog en de hotels zijn ook drie keer goedkoper dan in de zomer. Onthoud dit maar. Over het nut van een trainingskamp van een voetbalclub kan je uren doorlullen, maar voor jezelf is het altijd goed!

Weg met die kooi

Het hoge woord is eruit. De man in de kooi op de B-side van de Adelaarshorst van Go Ahead Eagles wil er niet meer in. Hij wil weer tussen zijn vrienden staan. De ‘megafoonman’, zonder megafoon, de paalman, of de kooiman, hoe je hem ook wil noemen zorgde voor extra impulsen qua sfeer in de Adelaarshorst. Hij jutte de diverse vakken in het stadion regelmatig op. Tribunes zongen bijvoorbeeld minutenlang naar elkaar met hem als een soort van dirigent. De sfeer in Deventer wordt geroemd en hij is daar natuurlijk een grote oorzaak van. Maar aan alles komt een einde en iedereen moet dat begrijpen.

Nu is er de discussie of de kooi moet blijven hangen en dat er een andere supporter in moet. De vorige ‘megafoonman’ verdiende zijn staanplaats in de kooi met zijn opzwepende acties. De B-side omarmde hem na spontane acties om in een paal te klimmen en hierin het publiek op te zwepen. Dat lukte hem als geen ander. Het was ook niet toevallig dat juist hij in die paal klom, want hij was al langer een aanjager qua zingen. Het was niet zo dat hij opeens aan kwam waaien.

Moet er nu iemand anders in? Nee! Het wordt te geforceerd. Op Facebook zijn al jongens die openlijk solliciteren op deze ‘functie’ of jongens worden voorgedragen door kennissen. Het zijn vooral ‘onbekenden’, die dan nu opeens de sfeer moeten gaan bevorderen op de B-side. Dat gaat natuurlijk niet werken. Daarvoor is het publiek in Deventer veel te eigenwijs. ‘Wat is dat voor gek?’ zal de eerste reactie zijn. Er moet geen wedstrijdje ontstaan over wie er in de kooi moet of mag. Dan is de enige oplossing om de kooi gewoon weg te halen en weer terug te keren naar de basis.

Vanaf nu weer een normale B-side, net als voorheen. Veelal staanplaatsen en geen kooi. De supporters moeten het allemaal weer zelf gaan doen, vanaf hun staanplaats. Dat is weer een nieuw verhaal want dit seizoen is op ‘megafoonmanloze’ avonden gebleken dat sfeer maken toch niet heel makkelijk is. Maar dat is weer een volgend discussiepunt en zo komen we het seizoen wel door met dom ouwehoeren.

Zware tas

Stel je voor dat je ongeveer de veertiende man in een voetbalselectie bent. Je mag weleens invallen bij het eerste, maar een basisplaats is eigenlijk te veel gevraagd. Als je dan toch een keer in de basis staat begin je het zo spannend te vinden dat het allemaal niet meer lukt. Maar je wil natuurlijk wel in de basis staan. Dat is de droom van elke voetballer, op welk niveau dan ook. Een F-pupil zou bijvoorbeeld gaan huilen als hij week in week uit op de bank zit naast een schreeuwende trainer. Een volwassene huilt niet meer, maar baalt. Die volwassene zal alles uit de kast halen om de trainer zijn ongelijk te bewijzen. Hij zal kritisch kijken naar de speler die nu op zijn plek staat. Elke keer als de bal afgepakt wordt, zou hij denken dat hij dat beter kan. En dat wil je dan ook graag laten zien. Anders kan je beter stoppen met voetballen.

Stel je voor dat je trainer bent van een team. Je wil graag zo hoog mogelijk op de ranglijst staan. Daar heb je dan winnaars voor nodig. Spelers die voor je door het vuur gaan, echte mannen. Daarnaast heb je spelers nodig die net even dat extra kunnen brengen. Een mengelmoes hiervan en je bent al een heel eind. Na een verloren oefenwedstrijd zie je een speler vrij nonchalant teruglopen vanuit de kleedkamer. Die speler kan kiezen tussen twee spelersbussen. Eentje waar hij de heenweg in gezeten heeft of de spelersbus van de tegenpartij, duidelijk herkenbaar door een gigantisch logo op de zijkant van de bus. Voor het gemak hebben de spelers van de tegenpartij al vast hun wasmandjes met stinkende kleding erin gelegd. De speler kan dus duidelijk zien dat hij naar de andere bus moet. Maar de speler is blijkbaar nogal afgeleid. Hij giechelt wat in zichzelf en besluit de tas in het vak onderin de bus van de tegenpartij proberen te werpen, van een metertje of anderhalf. Je zou denken dat dat moet lukken. Het wordt een zogenaamde ‘no look worp’, met zijn gezicht dus nonchalant de andere kant op. De tas glijdt soepel uit de hand van de speler en komt met één vierde deel op de rand van het vak in de bus terecht. De rest valt ernaast, zodat de tas uiteindelijk geheel op de grond valt. Zie het als een corner van rechts die de eerste paal bij lange na niet haalt. En dan een corner bij de D’tjes hè, vanaf de zestienmeterlijn. De speler beseft dat hij net geen indruk gemaakt heeft. Zijn wangen worden iets roder. Hij pakt zijn tas op en loopt naar de goede bus, met de tas over de schouder. Dat lukt nog wel.

Als je trainer bent, weet je genoeg. Deze speler gaat jou niet redden. Dit is slappe hap 2.0. Een plek op de bank voor de rest van het seizoen is hierbij al ingevuld en misschien is het ook wel handig om er een paar kleedjes bij te leggen, voor over de benen, voor als de temperatuur onder de tien graden uitkomt.

Boekrecensie: Tussen Godenzonen

Het boek ligt al even in de winkels, maar het is nooit te laat om het te lezen. In ‘Tussen Godenzonen’, uit november 2013, volgt Auke Kok een seizoenlang Ajax. Datzelfde seizoen werd ook al door David Endt gedaan in ‘Route 32’. Dit boek gaat echter verder en dieper. Kok sprak uitvoerig met bepaalde trainers en spelers en kreeg zo een goed beeld van wat er zich allemaal afspeelt in de Arena en op De Toekomst.

Zoals gewoonlijk de laatste seizoenen werd Ajax ook in seizoen 2012-2013 kampioen van Nederland. Ondanks dat is het zeker niet allemaal hosanna in het boek. Men is bij Ajax niet snel tevreden en dat kom je vaak tegen. Zo is de nasleep van de Coup van Cruijff nog duidelijk merkbaar. Kok beschrijft bijvoorbeeld duidelijk wat Daley Blind allemaal heeft moeten doormaken. Als zoon van Danny Blind werd Daley een slachtoffer van de soap waarin zijn vader ook een rol speelde. Ondanks alle tegenslagen wist Daley zich te vermannen en werd uiteindelijk weer op handen gedragen door de supporters. Het is een voorbeeld van de naweeën van de coup die in het boek voorbij komt.

Verder is een hoofdstuk over een oefentrip in de winterstop naar Brazilië interessant om te lezen. Naar buiten toe wordt geschetst alsof dit een prima alternatief is om de winterstop door te komen, maar in Brazilië zelf blijkt alles anders te zijn en dat de technische staf liever ergens anders heen was gegaan. In dit boek krijg je met verschillende voorbeelden een goed beeld hoe de voetballer van tegenwoordig in elkaar zit. Verder weet je een stuk beter hoe de lijnen lopen bij Ajax. Daardoor is ‘Tussen Godenzonen’ een heel interessant boek om te lezen, ook nu nog.