Hopen op beter

Als jouw eigen club er niet zo goed voor staat, ga je als supporter lijstjes maken, lijstjes van het competitieschema. Daar zet je dan het aantal punten bij wat je denkt dat jouw ploeg halen. Voorspellingen komen uiteraard vrijwel nooit uit. Kijk naar de uitwedstrijd in Zwolle, waar ik gewoon nul punt achter zette. Gevonden punten heet zoiets. Verder zat ik wel redelijk met voorspellingen bij ‘Willem 2-uit’, ‘Den Haag-thuis’ en ‘Ajax-thuis’. Bij ‘Dordrecht-uit’ had ik drie punten staan. De meest matige ploeg van de Eredivisie. Soms al gewoon het lachertje genoemd. Die 6-1 nederlaag bij Utrecht was het teken dat het helemaal over was bij die club. Ook het ontslaan van Ernie Brandts vonden de kenners arrogant. ‘Alsof hij er wat aan kan doen’ kwam voorbij. Makkie dus. Gisteren bleek het geen makkie. Go Ahead Eagles speelde nog wel aardig tot en met de 0-1 van Glynor Plet en daarna was alles over. Het lachertje FC Dordrecht speelde ons van de mat. Afgetroefd op felheid en opportunistisch aanvallend spel. Precies wat er juist van ons verwacht wordt. En nu staan we dus nog steeds vijftiende en veilig, maar met een zorgwekkend programma voor de boeg. Volgende week komt PSV op visite en die week erna mag Go Ahead Eagles naar NAC. Geen garantie voor punten en dan kan je zomaar op de play-offs plaatsen staan.

Voorzitter Edwin Lugt knalde er nog even een tweet uit na de verloren wedstrijd.
‘Zeer kostbaar verlies – nu zaak om eenheid te bewaren, keihard te knokken en vertrouwen te houden om lijfsbehoud te bewerkstelligen.’
Een hele ‘mooie’ tweet, maar uiteindelijk ligt het lot in handen van de trainers en hun spelersgroep. Wij supporters kunnen hier helemaal niets aan doen. Wij zijn afhankelijk van de kwaliteit in de instelling van de spelers. Er zijn nog nooit supporters geweest die een wedstrijd beslist hebben. Het enige wat supporters kunnen doen is met een positieve instelling naar het stadion gaan en dan kunnen de spelers ervoor zorgen dat uiteindelijk de vonk overslaat. Vertrouwen houden is ook een mooie term, maar op basis van de wedstrijden dit seizoen is er weinig reden tot vertrouwen. Heel incidenteel een goede wedstrijd en verder moeten we het doen met fases in wedstrijden. Het merendeel van de wedstrijden was niet goed.

Dus die tweet van Lugt is prachtig, maar het gaat erom dat de trainers en de selectie dat lezen. Zij moeten op het matje komen. Zij moeten er van bewust worden gemaakt dat zij het lot ‘Go Ahead Eagles’ in hun handen hebben. Of dat besef er is, is maar de vraag, als je kijkt naar de tweede helft in Dordrecht, waar je keihard afgestraft wordt op felheid. Laat dit nou net de eerste vereiste op een voetbalveld zijn.

Go Ahead Eagles is vaak zo onvoorspelbaar als de pest, dus kan het aanstaande zaterdag om kwart over acht zomaar weer anders zijn, maar op het lijstje staat er nu gewoon nul punt en bij NAC-uit ook nul punt in potlood. De spelers zijn opnieuw aan zet om het tegendeel te bewijzen. Dat lukte ook in Zwolle. Dat kunstje mogen ze nog een paar keer herhalen. En de supporters? Die mogen alleen maar hopen.

Kom dan!

De één vindt het triest,  de ander vindt het stoer. Mensen uitdagen in een voetbalstadion hoort er een beetje bij. En dan het liefst als er een hek of een glazen wand tussen zit. Het lijkt net of je heel erg gek bent, maar bovenal is het gewoon erg veilig. Er gebeurt uiteindelijk toch niks.

Vorig weekend werd er weer veel uitgedaagd in diverse Nederlandse stadions. Met de vingers wijzen en uitnodigende gebaren maken. Even de tegenstander, die in een ander vak staat, uitnodigen om de fysieke strijd aan te gaan. Verbaal komt men er over het algemeen niet uit. Na menig ziekte naar elkaar geschreeuwd te hebben is elkaar uitnodigen de enige optie. ‘Kom dan!’ schreeuwt de een naar de ander. De ander schreeuwt hetzelfde. Ook hier komen ze er vaak niet uit. Een veel voorkomend probleem in voetbalstadions. Supporters van concurrerende clubs zijn het vaak niet met elkaar eens.

In De Adelaarshorst verloor Go Ahead Eagles van AZ. AZ was met ongeveer vierhonderd supporters naar Deventer gereisd. Ze vierden een bescheiden feestje, want ze gingen winnen. De supporters van Go Ahead Eagles dropen af precies langs het uitvak. Ze konden elkaar dus zien. Uit het niks begon een supporter van Go Ahead Eagles wild twee keer te springen, best hoog. Hij schreeuwde ‘Kom dan!’ erbij. Het was niet te zien, maar waarschijnlijk had de supporter iemand in het uitvak op de korrel. De supporter sprong nog een keer hoog en maakte met zijn hand een uitnodigend gebaar. Alsof de Alkmaarder even over de te hoge glazen wand klimt en de strijd aan gaat met de supporter van Go Ahead Eagles. Dat gaat natuurlijk nooit gebeuren. Dat weet iedereen. Dat maakt het uitdagen op zich best treurig. Die supporter weet ook wel dat er geen tegenstander de wand overklimt. Na die derde sprong viel hij precies in de handen van een steward, die hem tot kalmte maande. Nog een keer wild doen met een hand richting uitvak en toen droop de supporter af. Een vriend van de uitdager moest lachen. Lastig in te schatten of dat uitlachen was, maar het leek er wel op.

De vraag is dan wat er in het hoofd van zo’n supporter omgaat. Het leek in ieder geval niet op iets van humor.  Kan hij de nederlaag niet verkroppen? Is hij oprecht kwaad op die supporter van de tegenpartij, die hij verder niet kent, en die ook weinig aan de nederlaag kunnen doen? Vindt hij dat hij op moet opvallen, zodat andere supporters hem misschien gek vinden? Gelooft hij echt dat de supporter van de tegenpartij er zo aan komt? Of gaat er helemaal niks aan zijn hoofd om, net als de televisie weleens sneeuw geeft?

Uitdagen in voetbalstadions hoort er dus bij, anders is het allemaal ook maar zo saai. Het levert je verder niks op. Maar als je dan uitdaagt, zorg dan wel dat het er een beetje uitziet. En neem jezelf vooral niet al te serieus.

Boekrecensie: Nee bestaat niet

Is ‘Nee bestaat niet’ een voetbalboek? Ja en nee. De schrijver is Arie Haan en dat is natuurlijk een echte voetbalman, die zijn sporen verdiend heeft in het voetbal. Dit boek gaat echter niet over Arie Haan en zijn carrière. Het gaat maar over een specifiek gedeelte uit zijn carrière en wel die in China. ‘Nee bestaat niet’ moet een soort handleiding zijn voor mensen die Chinese gebruiken beter willen leren kennen en daar zakelijk iets mee wil doen.

Arie Haan beschrijft in elf hoofdstukken zijn ervaringen met Chinezen. Die ervaringen heeft hij opgedaan in de tien jaar dat hij daar trainer van diverse clubs en het nationale elftal was. Hij gaat in op dingen als Individualisme en teambuilding, leiderschap, communicatie en motivatie. Alles wat je ook in het vaderlandse voetbal voorbij ziet komen projecteert hij op de Chinezen en die zitten toch wat anders in elkaar. Daar kom je tijdens het lezen wel achter.

Bij elk hoofdstuk geeft ook een zakenman met een achtergrond in China een ervaring prijs en hieruit volgen dan een aantal tips en suggesties. Een aardig inkijkje dus in het leven in China. Geen echt voetbalboek, maar wel leuk als extra informatie als je je wil verdiepen in China.

Het boek is onder andere te bestellen op de site van de uitgever Edicola.

Boekrecensie: Ajax is relaxed!

Alweer een nieuw boek over Ajax. De club uit de hoofdstad is uiteraard een favoriet middel om over te schrijven. Rond de club gebeurt altijd van alles en is vanuit vele hoeken te volgen. Ron Schiltmans is een fanatiek volger vanaf de tribunes. Kritisch, maar ook met een dosis humor, schrijft hij al jarenlang over zijn club. Zijn nieuwste boek heeft de heerlijke titel ‘AJAX is relaxed!’ meegekregen. Hiervoor verschenen al de titels ‘Mijn dierbaar Ajax’ en Niet te geloven!’ van Schiltmans.

In al zijn boeken zijn columns gebundeld, die hij schrijft voor websites van Ajax en zijn eigen website http://www.ronschiltmans.nl/. Zijn eerdere twee boeken kregen lovende reacties van bekende journalisten/schrijvers als Menno Pot, Sjoerd Mossou, Peter Wekking en Hugo Borst. Ook zijn nieuwste boek zal positieve reacties krijgen. Zijn columns zijn lekker luchtig te lezen met een gezonde dosis cynisme en humor.

Het is wel een boek voor Ajacieden. De neutrale lezer zal misschien eerder afhaken. De columns dateren merendeels al van een paar jaar geleden. Een roerige tijd in Amsterdam, waar we al het nodige over gelezen hebben in andere boeken. De Ajax-supporter zal dit waarschijnlijk weinig uitmaken en de vijftig columns vrij makkelijk weglezen en veel ‘oja-momenten’ hebben, omdat er regelmatig naar momenten in wedstrijden verwezen wordt.

‘Ajax is relaxed!’ is dus een aanvulling op de collectie Ajax-boeken. Schiltmans heeft ook meegeschreven aan het nog te verschijnen boek Wenen van geluk, een terugblik op de gewonnen Europa Cup 1 finale van Ajax in 1995. Dit boek verschijnt in april en meer informatie hierover is hier te vinden.

Het boek ‘Ajax is relaxed!’ is te koop op de site van uitgever Free Musketeers

Buiten het voetbal

Ooit ben ik Marc Overmars tegengekomen in de bioscoop. Hij was samen met zijn knappe vrouw. Op de een of andere manier fascineerde me dat. Ik ben altijd wel nieuwsgierig wat voetballers doen in hun vrije tijd. Overmars voetbalde op dat moment niet meer, maar beheerde de technische zaken rond de club. Ze waren bij ‘New Kids Nitro’, eigenlijk een hele slechte film. Ik verwachte hem daar niet. Het wachten was ook op het moment dat ze erachter kwamen dat ze in de verkeerde zaal zaten. Maar ze keken de hele film af. Soms zag ik een lichtje opknipperen. Zat Marc opeens te bellen. Vond ik onbeschoft. Maar omdat het misschien wel om een nieuwe speler ging liet ik het gaan.

Bij concerten kom ik weleens oud-spelers Marco Heering en Paul Bosvelt tegen. Zij houden van een portie hardrock. Vind ik mooi om te zien dat zij gewoon een uitgesproken mening hebben als het om muziek gaat. Het is niet vanzelfsprekend om op een doordeweekse avond naar het Burgerweeshuis te gaan voor een bandje. Dan moet je een liefhebber zijn. Uit de huidige selectie weet ik dat Bart Vriends ook van muziek houdt. Hij vindt bijvoorbeeld het nieuwe liedje van Anouk en Douwe Bob mooi. Hij houdt zelfs een ‘Vriendsmusicmeter’ bij. Het nieuwe album van Ben Howard deed daar goede zaken, ook al vond hij de stijl wel een beetje op zijn vorige album lijken. Ben ik het niet met hem eens overigens, maar dat mag.

Elke week kijken we naar een elftal spelers. Zij zijn het die onze week plezierig moeten maken. Maar uiteindelijk weten we heel weinig van ze. We weten het rugnummer en op welke plek ze het liefst staan. Als je je best doet weet je in wat voor auto ze rijden, maar als ze de poort uitrijden houdt het op. Ook hun kledingsmaak is niet in te schatten, omdat ze op wedstrijddagen in een net pak rondlopen. Sommige spelers hebben een Twitteraccount, maar daar zijn ze nogal terughoudend lijkt het. Sinds kort weten we dat Sjoerd Overgoor van darten houdt en zelfs verkleed naar wedstrijden in Engeland gaat. Kijk, dat is nou een leuk onverwachts iets. Van Jop van der Linden weet ik dat hij graag ijs eet bij Talamini. Ik heb hem daar zelf zien smikkelen.

Maar wat doen bijvoorbeeld Jeffrey Rijsdijk, Lesly de Sa en Teije ten Den in hun vrije tijd? Ik zou het niet weten. Niet dat ik alles hoef te weten van hun privéleven. Dat boeit me verder ook niet. Maar gewoon kleine dingetjes, die mij dan interesseren. Lezen ze boeken? Gaan ze naar films? Wat voor muziek luisteren ze? Kijken ze ook graag op FOX Sports naar Engels voetbal? In Voetbal International staat elke week een speler, die tal van standaardvragen beantwoordt. Gewoon makkelijke vragen. Hierdoor krijg je een redelijk beeld van de interesses van een speler. Dat is misschien ook wel een idee voor in dit programmaboekje. Mocht je de geïnterviewde speler een keer tegenkomen in het supportershome hoef je hem niet over de wedstrijd te vragen, maar kom je opeens met een hele andere vraag aanzetten. Vindt hij zelf vast ook veel leuker.

Ik zie kansen om de afstand tussen de spelers en supporters kleiner te maken. Een klein simpel stukje in een programmaboekje en het is opgelost.

Door de ogen van een speler (hoop ik)

De wedstrijd staat op punt van beginnen. We staan in twee rijen opgesteld. Snel komt die gast in dat gekke vogelpak nog even langs. De vogel praat gewoon Nederlands en wenst ons succes. Daarna rent hij snel het veld op en hitst de supporters op. Je moet er een beetje gek voor zijn om in dat pak rond te gaan lopen. Daarna horen we knallen. De scheidsrechter geeft het sein dat we het veld op mogen. We volgen hem. De knallen komen uit de richting van de B-side. Er wordt een gigantisch spandoek opgetakeld. ‘Deventer’ staat er met koeienletters op. Het geeft ons net even die extra ‘boost’. De jongens achter het doel staan vandaag in ieder geval weer achter ons. Het is zo lekker als ze zich laten horen de hele wedstrijd. Die steun is op moeilijke momenten heel erg goed voor het elftal.

Meer dan in andere stadions is de invloed van het publiek zo belangrijk. Als we in bijvoorbeeld Heerenveen of Enschede spelen krijgen we de meeste geluiden van de tribune helemaal niet mee. Het is veel te ver weg. Soms is dat wel lekker. Een tegenstander heeft weleens verteld hoe intimiderend hij het vond om in De Adelaarshorst te spelen. Supporters met het schuim om de mond die over de boarding hingen. Maakt niet uit hoe oud. Tieners, maar ook gasten van veertig jaar zijn hier zichtbaar fanatiek. Op sommige momenten in de wedstrijd heb je tijd om even in de tribunes te kijken. Dan zie je achter het doel groepen supporters liederen zingen. Handen in de lucht en ritmisch klappen. Het ‘Ga staan als je Eagles bent’ is ook fijn om te horen. Persoonlijk hoor ik ‘t het liefst als we echt voorstaan. Dat geeft een onoverwinnelijk gevoel, als bijna achtduizend supporters opstaan. Dan geven we de wedstrijd ook niet meer uit handen. Daar zorgen we hoogstpersoonlijk voor.

De supporter zelf heeft waarschijnlijk niet eens door hoe belangrijk ze voor ons kunnen zijn. Met name dit seizoen hebben we het regelmatig lastig. Het gaat allemaal niet meer vanzelf, zoals dat vorig seizoen bij vlagen wel ging. Op die momenten kunnen de supporters die twaalfde man zijn. Uiteraard weten we ook dat we er zelf voor moeten zorgen dat we jullie triggeren. Het begint allemaal met hard werken. Als we dat kunnen laten zien, verwachten we dat dat opgepakt wordt. Een simpele kreet als ‘kom op Eagles!’ kan dan al genoeg zijn.

Uiteindelijk lopen we als ploeg het liefst een ereronde na een overwinning natuurlijk. Eerst langs het kidsvak waar die kleine donderstenen allemaal staan te schreeuwen, al zijn sommige ouders nog fanatieker. Daarna langs de IJsseltribune, waar overal ook lekker fanatieke groepjes zitten. Daar zie je ze ook regelmatig richting de boarding rennen. Diezelfde koppen staan na de wedstrijd ook altijd vooraan. Om af te sluiten is een volle B-side prachtig. Vooral als het wat warmer is en supporters als dolle stieren in hun blote bast op de boarding staan. Dat is echt een schitterend gezicht. Wij spelers staan allemaal misschien net even iets anders in het leven als de meeste supporters daar, maar we voelen op die momenten zeker een klik. Onze avond kan op die momenten in ieder geval niet meer stuk!

(Dit stukje is fictief. Ik, ondergetekende, hoop dat het in de werkelijkheid zo werkt en dat de spelers zo denken. Ik zou het wel heel normaal vinden. Op momenten dat we één kunnen zijn, kunnen we elkaar helpen en juist nu hebben we dat nodig.)

Een held die voorleest

Marnix Kolder zat vroeger op de Beukenlaanschool in Winschoten. Dat is echt een superleuke basisschool, waar je je als kleine jongen fantastisch kan ontwikkelen. Kijk maar waar Kolder met deze basisscholing terecht is gekomen. Daar heb je wel een stabiele opleiding voor nodig. In de jaren tachtig had Kolder er een wereldtijd en uiteraard was hij toen al een van de betere voetballertjes van het dorp. De kans is groot dat hij tijdens het jaarlijkse schoolvoetbaltoernooi topscorer was. De Beukenlaan is medio 2015 nog steeds een bruisende school. Zo werd Meester Klaas laatst gehuldigd omdat hij maar liefst veertig jaar in het onderwijs zit. Groep 5 en 6 gingen op schoolreis naar Hellendoorn. Dat moet een dolle boel zijn geweest in het pretpark. De ouderraad organiseerde een paasstolactie en een week geleden was er in het kader van de Nationale Voorleesdagen een speciale dag met oud-leerling Marnix Kolder als voorlezer.

Een citaat uit een nieuwsbericht uit ‘Het Streekblad’, een plaatselijke krantje van Winschoten en omgeving: ‘Veel kinderen brachten een cadeautje voor Marnix mee of kwamen in voetbaltenue. In vier sessies las de Eagles-spits alle, ruim driehonderd, leerlingen voor uit verschillende boeken over voetballen. Alle kinderen, van groep 1 tot en met groep 8, hingen aan zijn lippen. Na afloop van het voorlezen nam Marnix alle tijd voor het in ontvangst nemen van de cadeautjes en ging hij op de foto met fans. Als aandenken kregen alle leerlingen een boekenlegger met foto en handtekening van de proefvoetballer.’

In mijn tijd hadden we volgens mij geen voorleesdagen, of ik was buiten aan het voetballen, dat kan ook. Maar dat had me wel mooi geleken. Dennis Hulshoff die een stukje voorlas, of Mario Pique, of Jeroen Boere, of Jan Michels. Ik had waarschijnlijk aan hun lippen gehangen. Maakt niet uit welk boek, want dat waren toen helden en alles wat jouw helden doen is goed. Ik weet niet of dat tegenwoordig ook nog zo is, maar het bericht in ‘Het Streekblad’ doet me goed. Het lijkt er wel op dat de kinderen de voetballer Marnix Kolder als held zien. Die hebben nu op Instagram allemaal een foto van zichzelf samen met Kolder, met heel veel likes van hun klasgenootjes.

Soms wil ik me weleens verplaatsen in de kinderen van nu. Zullen zij ook alle wedstrijden bijhouden in schriftjes? Zullen ze nog Panini-plaatjes sparen? Zoeken ze tijdens de wedstrijden kaartjes en gaan ze die sparen? En knippen ze krantenknipsels uit? Misschien is er wel een hele organisatie in het Kidsvak, waarbij de kinderen contact hebben via internet-apps. Tijden zijn veranderd natuurlijk. Winschoten is ook geen Deventer. Zullen de Deventer kinderen van nu nog wel luisteren naar Sjoerd Overgoor of Xandro Schenk?

Ik heb ook nog voorgelezen. Niet aan een hele klas of aan een hele school, maar gewoon thuis aan mijn dochter van nog geen één. Ik las een stukje voor uit ‘Eagles till I die’. Het was ’s avonds na een laatste flesje, dus ze moest ook echt slapen. Na een hoofdstuk voorlezen wreef ze in haar ogen, het sein dat ze moe is. Er volgde een scheetje in de vorm van vijf plopjes. Daarna lachte ze naar haar held. Het sein om het licht uit te doen.